De certificerend actuaris

Een certificerend actuaris heeft in het kader van de wettelijke certificering van pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen een aantal specifieke verantwoordelijkheden. Deze zijn voor pensioenfondsen vastgelegd in de Pensioenwet (PW) of in de Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvb). Voor verzekeraars zijn deze specifieke verantwoordelijkheden vastgelegd in de Wet op het Financieel Toezicht (Wft). De certificerend actuaris heeft de wettelijke en onafhankelijke verantwoordelijkheid zoals vastgelegd in de PW, de Wvb en de Wft, en in de daarbij horende onderliggende wettelijke regelgeving dan wel aanwijzingen van de toezichthouder DNB.

 

Een certificerend actuaris, of waarmerkend actuaris (zie artikel 148 van de Pensioenwet), geeft een onafhankelijk deskundig oordeel over de jaarrekening van een verzekeringsinstelling (verzekeraar of pensioenfonds) met inachtneming van de geldende wettelijke eisen. Het oordeel betreft de technische voorzieningen en andere actuariële waarderingen, significante risico's en de mate waarin alsmede de condities waaronder de verzekeringsinstelling haar verzekeringsverplichtingen en/of haar pensioenverplichtingen in de toekomst al dan niet kan nakomen.

 

Werkzaamheden certificerend actuaris

De certificerende werkzaamheden zijn toetsend van aard. De certificerend actuaris krijgt alle benodigde de gegevens en informatie van de verzekeringsinstelling aangeleverd. Dit betekent onder meer dat de hoogte van de voorzieningen moeten zijn vastgesteld, de analyse van het resultaat moet zijn opgesteld en dat het actuarieel rapport, de verslagstaten ten behoeve van DNB en het jaarverslag van het fonds (in concept) klaar zijn.

 

De werkzaamheden van de certificering omvatten:

 

  • toetsing van de vastgestelde technische voorzieningen
  • toetsing van de actuariële analyses (en de resultaatbron analyse)
  • toetsing van de vermogenspositie, waaronder het (minimaal) vereist eigen vermogen
  • toetsing van de (gedempte) kostendekkende premies
  • toetsing van de (actuariële) verslagstaten DNB
  • toetsing van het 'prudent person' beginsel
  • toetsing op consistentie tussen de diverse rapportages
  • toetsing van de toepassing van het financieel beleid (als geheel en de sturingsmiddelen)