Blog Commissie ERM: Eerste ERB-stappen voor pensioenfondsen

27 maart 2019

13 januari 2019 werd de IORP II-richtlijn voor pensioenfondsen van kracht. Deze richtlijn richt zich voornamelijk op een verdere versterking van het risicomanagement bij pensioenfondsen. Een onderdeel daarvan is de Eigen Risico Beoordeling (ERB). Via deze blog wil de commissie ERM de leden van het AG graag op de hoogte brengen van guidance op het gebied van de ERB die de basis vormt voor eerste stappen van pensioenfondsen op dit gebied.

 

De Nederlandsche Bank (DNB) heeft onlangs een aantal Q&A’s gepubliceerd over twee vragen die met de ERB samenhangen: 1. wanneer moet een fonds een ERB uitvoeren (www.toezicht.dnb.nl/3/50-237566.jsp) en 2. wat zijn de (minimale) inhoudelijke en procesmatige eisen ten aanzien van een ERB (www.toezicht.dnb.nl/2/50-237562.jsp)?

 

Pensioenfondsen dienen een ERB uit te voeren in twee situaties. Allereerst dient de ERB periodiek uitgevoerd te worden, doch minimaal eens per 3 jaar. Bij vaststelling van de reguliere frequentie moet rekening worden gehouden met de (strategische) beleidscyclus en met de omvang, aard, schaal en complexiteit van het betreffende fonds. Daarnaast dient, naast de reguliere ERB, zo spoedig mogelijk een tussentijdse (actualisatie van de) ERB uitgevoerd te worden in geval van een significante wijziging in het risicoprofiel. Er zijn twee soorten omstandigheden die om een tussentijdse actualisatie vragen:

 

Een significante wijziging in het risicoprofiel: hieronder kunnen diverse wijzigingen verstaan worden specifiek voor het fonds of voor de uitgevoerde regeling;

Een strategisch besluit: hieronder kunnen diverse strategische besluiten verstaan worden met een materiële impact op het risicoprofiel.

 

Inhoudelijk en procesmatig geeft DNB aan dat vastlegging van het proces, de risicoanalyse en de beheersmaatregelen minimaal vereiste elementen zijn in de ERB. Daarbij is het fondsen toegestaan naar bestaande documenten en analyses te verwijzen, zoals de ABTN, de SIRA, het herstelplan en de haalbaarheidstoets.

 

Bij de ERB voor pensioenfondsen wordt snel een parallel getrokken met de ORSA voor verzekeraars of de ICAAP voor banken. De Actuarial Association of Europe (AAE) heeft een document opgesteld waarin de ERB en de ORSA onderling worden vergeleken. Het belangrijkste verschil is dat de ERB geen verplichte koppeling kent met de kapitaalsvereisten en (vooralsnog) minder voorgeschreven methodes en processtappen kent dan de ORSA. Daarbij is het aan de verschillende lidstaten om met een nadere invulling van de ERB te komen. Op dit gebied kan de komende periode daarom nog nadere guidance gegeven worden. Om tot een goede ERB te komen is het voor fondsen dan ook zaak bijtijds te starten en ervaring met dit proces op te doen!

 

Deze blog is op persoonlijke titel geschreven door Jasper Hoogenstraaten MSc en drs. Steven Verschuren AAG RMFI, beiden lid van en namens de Commissie ERM van het Koninklijk Actuarieel Genootschap.