Rupsje Nooitgenoeg – door ir. drs. Jeroen Breen AAG

 

Spannende tijden in Nederland zo vlak voor de verkiezingen. Spannende tijden ook omdat nog zoveel onzeker is. En onzekerheid is nou typisch iets wat Nederlanders best lastig vinden. Vandaar ook dat we als Nederland altijd vrij hoog staan op de lijstjes die verzekeringsdichtheid meten.

 

Een ander fenomeen waar we in Nederland een redelijk patent op hebben is het verworven-rechten-syndroom. Eens gegeven blijft gegeven, een recht wat ik had, daar blijf ik recht op houden, dat geef ik  niet op. Of in andere woorden, we hebben als Nederlanders de eigenschap dat we altijd willen behouden wat we hebben. Het lijkt wel of we anders iets te kort komen. Binnen de sociale zekerheid in Nederland wordt dit syndroom perfect geïllustreerd. De afbrokkeling van de sociale zekerheid, of meer diplomatiek de privatisering van de sociale zekerheid, begon volgens sommige geschiedenisboeken in 1993 met de introductie van het WAO-gat. De wetgever wilde met deze wet een uitkering vanuit de WAO onaantrekkelijk maken voor werknemers om daarmee een stimulans (een prikkel) te creëren “actief” te blijven. Er zijn nog nooit zo snel verzekeringsvormen door verzekeraars, of dekkingen door pensioenfondsen, voor dit hiaat op de markt gebracht als begin 1993.

 

Nederland is een welvarend land, het gaat best heel goed in Nederland. We hebben een goed gezondheidsstelsel, we leven langer (onze resterende levensverwachting neemt gemiddeld ongeveer een week per maand toe), we hebben een kapitaalgedekte pensioenpot waar vrijwel heel de wereld jaloers op is, de langdurige werkloosheid onder de 55-plussers is voor het eerst in zes jaar afgenomen en we hebben diverse vangnetten voor mensen die buiten de boot (dreigen te) vallen. 

 

En toch, ondanks al deze positieve ontwikkelingen, komen we er niet uit met elkaar. Hoe komt dat? Omdat we het de ander niet gunnen? Omdat we vinden dat we recht hebben op AOW vanaf 65 jaar, omdat dat altijd zo is geweest? Omdat we vinden dat ons 70% is toegezegd? Waarom gaan we niet terug naar de basis, wat heeft iemand nodig om in de fase na het werkzame leven normaal te kunnen leven, met een normaal bestedingspatroon. Laten we dat met elkaar vaststellen en ons systeem in de 2e pijler daar op richten. Wil je meer, doe je dat lekker zelf in de 3e pijler. 

 

Deze blog is geschreven op persoonlijke titel