Sjoemelrentes kunnen niet meer – door drs. Pelle van Vlijmen AAG FRM

 

In een tijd waar alles op marktwaarde is gebaseerd en transparant en toetsbaar moet zijn, is geen ruimte voor sjoemelgrootheden. Om onder andere dit sjoemelen in de financiële sector te lijf te gaan, is begin dit jaar Europese Benchmarkverordening geeffectueerd. Het doel van de verordening is de nauwkeurigheid en integriteit te waarborgen van indices die worden gebruikt als benchmarks. Voorbeelden van belangrijke rentebenchmarks zijn de Euribor en EONIA in Europa, maar ook de LIBOR in de UK. Alle drie hebben met elkaar gemeen dat ze vastgesteld worden op basis van rentes die banken elkaar in rekening brengen.

 

Omdat er tegenwoordig weinig geschikte transacties zijn in de interbancaire markt is het onzeker hoe representatief deze benchmarks zijn voor de onderliggende markt en de rentes die het moet weergeven. Zo is de publicatie van de Euribor rentes meestal afhankelijk van expert judgement in plaats van een geschikte set aan onderliggende transacties. Helaas werd expert judgement ook door de banken gebruikt om rentequotes af te geven die beter uitkwamen, met het LIBOR schandaal tot gevolg. Daarom is het gebruik van representatieve transacties voor het vaststellen van de rentes één van de belangrijkste elementen van de nieuwe verordening.

 

Een en ander betekent dat de komende jaren nog een grote transitie plaats gaat vinden, naast de al ingrijpende prudentiële en boekhoudkundige wijzigingen. Namelijk de transitie van de huidige rentes naar nieuwe rentes die compliant zijn met de Europese benchmarkverordening. Dit raakt het hart van verzekeraars en andere financiële instellingen zoals banken, asset managers en pensioenfondsen.

 

Voor verzekeraars en pensioenfondsen heeft dit verstrekkende gevolgen. Zowel richting haar klanten, bijvoorbeeld omdat contracten aangepast moeten worden, de prijstelling van producten kan wijzigen of voor een pensioenfonds omdat het dekkingsgraad kan beïnvloeden. Maar nog veel meer binnen de verzekeraars en pensioenfondsen zelf. Bijvoorbeeld in de waardering van producten en derivaten, Solvency II en ftk-berekeningen en de aanpassing van systemen om met nieuwe referentie rentes te kunnen werken. Kortom de referentierente is diep geworteld in de fundering en de dagelijkse zaken van verzekeraars en pensioenfondsen.

 

Om voorbereid te zijn op die transitie, is het belangrijk voor de sector om op korte termijn een aantal stappen te ondernemen. De eerste stap is bewustzijn creëren rondom de transitie binnen de hele organisatie en alle relevante afdelingen te betrekken. De tweede stap is het uitvoeren van een gedetailleerde impactanalyse om te identificeren waar de organisatie het meest geraakt wordt (zoals welke afdeling, welke producten, welke klanten). De derde stap is het opstellen van een strategie gericht op  de vele onzekerheden rondom de transitie, zoals welke rentes verdwijnen en welke blijven bestaan.

 

Zo manifesteert het LIBOR-schandaal zich vele jaren later opeens weer, dit keer dus met verstrekkende gevolgen voor de hele financiële sector. Maar daarmee is er straks wel minder ruimte om te sjoemelen en hopelijk dus minder kans op financiële schandalen.

 

Deze blog is op persoonlijke titel geschreven.