Modern toezicht. De non- zero-risk actuaris – door Jos Berkemeijer AAG

 

Ondernemen is risico’s nemen. Er bestaat geen ‘free-lunch’ en, ondanks dat de huidige negatieve rente en een nog dit jaar op te richten overheids-innovatiefonds anders doen vermoeden, ook geen ‘gratis geld’. Les 1 in risicomanagement is namelijk dat een ‘terugtrekkende zee’ geen aanbieding is van een stuk gratis strand, maar de aankondiging van een tsunami.

Als actuarissen zijn we opgeleid om risico’s in kaart te brengen, zo mogelijk te voorkomen en waar mogelijk te beheersen. Dat is ons vak! In het eerste deel van onze missie lijken we anno 2019 steeds beter te slagen. Zo zeer zelfs dat toezichthouders wetgeving zijn gaan ontwikkelen met als doel financiële risico’s vrijwel volledig uit te sluiten. De eenjarige confidence levels van 99,9% bij banken, 99,5% bij verzekeraars en de ter discussie staande 97,5% bij pensioenfondsen, zijn daar voorbeelden van.

Echter, deze zero-risk gedreven toezichtaanpak is een doodlopende weg. Ondanks moderne tools als scenarioplanning en machine learning, blijkt het niet mogelijk om alle soorten risico’s, voortvloeiend uit een veelheid aan financiële- en privacywetgeving, te voorkomen of te beheersen. Sterker, deze aanpak leidt tot steeds ingewikkelder wetgeving en vormen van ongewenst gedrag zoals o.a. toezichtarbitrage. Zo worden bijvoorbeeld pensioenen steeds meer internationaal ondergebracht en wordt ook een nieuw internationaal initiatief zoals PEPP tegengehouden. In de vliegtuigindustrie kennen we inmiddels het voorbeeld van Boeing, waar inzake de ontwikkeling van de 737 MAX eufemistisch gezegd op toezichtniveau gebruik is gemaakt van de mazen in de wet. Dit leidt ook tot de vraag: is Boeing too big to fail?

Een zero-risk aanpak heeft verder al geleid tot ‘closed books’ bij levensverzekeraars voor wat betreft ‘long tail’ producten. Hetzelfde dreigt nu bij banken (lange hypotheken) en pensioenfondsen (splitsing opbouw, uitkering). Kernpunt is dat, hoe goed de modellen of actuarissen ook zijn, het onmogelijk is om op de lange termijn statistisch ook maar iets met enige zekerheidsmaat te zeggen. Daarom is iedere vorm van het verstrekken van zekerheid, garantie of waarschijnlijkheidsgebied (variantie) op de lange termijn, feitelijk een vorm van misleiding, voortvloeiend uit de bekende ‘expert-bias’. 

Het risicomodel van de toezichthouder zelf staat daarom ter discussie en moet gerenoveerd worden wil het bedrijfsleven kunnen ‘overleven’.

 

Allereerst moet dit toezicht-risicomodel meer gestructureerd gericht worden op het identificeren van mogelijke effecten van intrinsieke onzekerheidsrisico’s, zoals bijvoorbeeld langleven-risico’s in het perspectief van medische ontwikkelingen, beleggingsrisico’s en de invloed van de alsmaar toenemende schuldeconomie en geografische risico’s (zoals o.a. Brexit).
 

Ten tweede zullen de bestaande toezicht- en prognosemodellen (o.a. CPB!) moeten worden uitgebreid met nieuwe modellen, zoals o.a. gedragsmodellen. Zo kunnen modellen getoetst worden en kan het modelrisico inzichtelijk worden gemaakt.
 

Tot slot zal, om de fuik van zero-risk te ontlopen, het toezicht o.b.v. deze nieuwe aanpak zich meer moeten richten op beheersing van de risico’s dan het ‘koste wat het kost’ voorkomen hiervan. Essentieel daarbij is dat zowel nationaal als internationaal beleid wordt gemaakt inzake het ‘too big to fail’ risico. En dat niet alleen voor banken, verzekeraars en pensioenfondsen…

Kortom, werk genoeg voor non-zero-risk actuarissen.. ook bij toezichthouders! 😉

 

Deze blog is op persoonlijke titel geschreven.