Zero sum game en zware beroepen – door ir. drs. Jeroen Breen AAG

 

Nederland vergrijst en dat gaat de komende jaren nog wel even door. Er wordt ook wel gesproken van een dubbele vergrijzing. Als gevolg van de naoorlogse babyboom zijn er veel ouderen op dit moment en die ouderen worden ook nog eens ouder dan we hadden gedacht en verwacht. Dus is het logisch dat dit gaat knellen bij de AOW, althans ik vind dat logisch.

 

Velen vinden dat echter niet en gaan op het achterste been staan wanneer de AOW-leeftijd naar boven wordt bijgesteld. Het verhogen van de AOW-leeftijd had op zich niet gehoeven, wanneer we collectief tevreden zouden zijn geweest met een lagere AOW of een hogere bijdrage, maar dat was dan toch ook weer niet de bedoeling. In het Pensioenakkoord wordt ook gesproken over zware beroepen. Binnenkort komt de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, onder leiding van Jet Bussemaker, met het rapport “Gelukkig worden we oud”. Naar aanleiding hiervan heeft ook Dagblad Trouw onderzoek gedaan: “Niet alleen het aantal levensjaren na het pensioen neemt toe, ook het aantal mensen in deze fase. Zij zijn gemiddeld rijker, ­hoger opgeleid en gezonder dan voorheen, maar deze generatie wacht één grote uitdaging: tegen de tijd dat zij echt zorgafhankelijk worden is er niemand meer die voor hen zorgt.”

 

Het Trouw-onderzoek laat de kloof tussen arm en rijk zien. Laagopgeleiden (verschrikkelijk woord, praktisch opgeleid doet meer recht) leven ongeveer ­zeven jaar korter dan hoogopgeleiden, maar het verschil in tijd dat je in goede gezondheid leeft, is opgelopen tot vijftien jaar. Is dat eerlijk? Bussemaker: “Ik vind het een hard gelag dat mensen die vroeg zijn begonnen met werken, zware beroepen hebben, het hardst getroffen worden door verhoging van de AOW-leeftijd én daarna nog korter in goede gezondheid leven.” Ik kan niet anders dan aangeven dat ik het hier volledig mee eens ben!

 

Gelukkig zegt het Pensioenakkoord ook iets over zware beroepen. Helaas ontbreekt de definitie ervan. Daar gaan wij in Nederland dus niet uitkomen. Om één en ander vlot te trekken geeft minister Koolmees aan dat er in 2020 een onderzoek moet zijn afgerond naar de mogelijkheid om mensen met een zwaar beroep na 45 dienstjaren met pensioen te laten gaan (ik neem overigens aan dat Koolmees hier AOW-gerechtigd bedoelt). Wouter, stop daarmee! Wat is er mis mee om iedereen die 45 jaar heeft bijgedragen in aanmerking te laten komen voor de eerste pijler? Je slaat dan namelijk een aantal vliegen in één klap, plus je hoeft geen wetenschappelijke definitie te verzinnen over wat een zwaar beroep is. Iemand die vanaf zijn/haar vijftiende bijdraagt is veelal laag(praktisch) opgeleid en na 45 jaar is het dan mooi geweest. Maar iemand die net begonnen is met de studie geneeskunde en vanaf, zeg, zijn/haar dertigste bijdraagt kan wellicht doorwerken tot zijn/haar vijfenzeventigste.

 

Met andere woorden, stop de definitiediscussie over laagopgeleid en zware beroepen en hanteer gewoon 45 jaar bijdragen als maatstaf. Maakt het leven een stuk eenvoudiger.

 

Deze blog is geschreven op persoonlijke titel